Meditatie
We nemen voor onze meditatie een gouden graankorrel in gedachten, een minuscuul zaadje, bezield met het leven van God.
In onze verbeelding worden we zelf één met dat zaadje, dat diep in de aarde geplant wordt, rustig en stil.
Voel de stralen van de zon die door de duisternis schijnen en de aarde verwarmen, een aansporing om te ontspruiten en naar het licht te groeien.
Hoor en voel de milde regen die de drang opwekt om wortels te maken, de voeding te absorberen van het leven gevende water.
Voel de toename in omvang en de groei van die verborgen vlam van binnen, die opstijgt uit de aarde, gekleed in zonlichtgroene bladeren - omhoog reikend naar lucht en licht, steeds meer licht, meer groei.
Voel het afwisselende ritme van licht en duisternis, zonneschijn en buien, langzaam en gestaag de in het zaad besloten volmaaktheid van vorm tot stand brengend.
We breiden nu onze blik uit naar een veld met gerijpt koren, gebaad in het gouden zonlicht. Voel de vlam van de geest van de Eeuwige Zon in iedere gouden graankorrel.
Voel de eenheid van graan en zon, van leven en vorm, van geest en materie.
En nu worden we de volmaakte menselijke gedaante, de Heer van Leven gewaar. We zien Hem in het hart van de Zon. Wij nemen het volmaakte leven van de Zon in ons hart op, het leven dat alle dingen nieuw maakt, het leven waarin we alleen voor eeuwig EEN zijn - de gouden wereld van God.
* * *
Bovenstaande tekst is op de site geplaatst op 28 september 2004.
Terug naar de hoofdpagina over meditatie
Terug naar beginpagina